De nachtegaal en de roos
De hele nacht zong de nachtegaal, en de doorn drong dieper en dieper in haar borst. Haar levensbloed ebde langzaam uit haar weg.
De student vindt de rode roos en neemt hem mee om te verzoeken, maar de dochter van zijn leermeester wijst hem af. Een andere man heeft haar echte juwelen gestuurd, en iedereen weet toch dat juwelen veel meer een teken zijn van rijkdom dan rozen.
De student gooit de roos op straat:
" Wat is de liefde toch iets doms! Ze is niet half zo nuttig als de logica, want ze bewijst niets en spiegelt je alleen maar dingen voor die toch nooit gebeuren, en laat je aan dingen geloven die niet waar zijn. Ja, ze is werkelijk heel onpraktisch en een mens hoort tegenwoordig praktisch te zijn."
De nachtegaal en de roos is na de Gelukkige Prins, het tweede sprookje van Oscar Wilde dat Cotterink bewerkte tot een voorstelling en wordt door Cotterink in drie talen gespeeld: in het Nederlands, Engels en in het Duits.
Het is een ingetogen vertelling met complexe en genuanceerde emoties en kent een verrassende muzikale omlijsting, die bestaat uit de warme klanken van de cello en de opvallende operastem van Cotterink.
Medewerkers